ECLI:NL:PHR:2012:BV9215

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/03024 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 68 SrArt. 8 lid 2 sub a WVW 1994Art. 457 SvArt. 179 WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens schending ne bis in idem-beginsel bij dubbele veroordeling voor dezelfde overtreding

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een vonnis waarbij de verdachte tweemaal onherroepelijk is veroordeeld voor dezelfde overtreding van artikel 8, tweede lid, onder a van de Wegenverkeerswet 1994, gepleegd op 25 juli 2010 te Purmerend. De eerste veroordeling vond plaats bij vonnis van 4 februari 2011 en de tweede bij vonnis van 29 april 2011, beide door de Politierechter te Haarlem.

De aanvrage tot herziening is ingediend namens de verdachte met het argument dat sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel, neergelegd in artikel 68 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Uit het dossier blijkt dat dezelfde feiten ten grondslag lagen aan beide veroordelingen en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard bij de tweede vervolging.

De Hoge Raad concludeert dat de herzieningsaanvraag gegrond is omdat de tweede Politierechter niet op de hoogte was van de eerdere veroordeling, waardoor het openbaar ministerie ten onrechte is vervolgd. De Hoge Raad kan zelf niet-ontvankelijkheid uitspreken, maar verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en bevestigt daarmee de schending van het ne bis in idem-beginsel.

Uitkomst: De herzieningsaanvraag wordt gegrond verklaard wegens schending van het ne bis in idem-beginsel, waardoor de vervolging in de tweede zaak niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard.

Conclusie

Nr. 11/03024 H
Mr. Vegter
Zitting: 7 februari 2012
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. De aanvrager is onder parketnummer 96-158014-10 bij vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 29 april 2011 wegens 'overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994' veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 28 uren, subsidiair 14 dagen hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 179 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Dit vonnis is inmiddels onherroepelijk geworden.(1)
2. Namens de aanvrager heeft mr. F.D.W. Siccama, advocaat te Amsterdam, een aanvrage tot herziening van dat vonnis ingediend.
3. In de aanvrage wordt aangevoerd dat de aanvrager voor hetzelfde feit als hiervoor onder 1 genoemd tevens is veroordeeld bij vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 4 februari 2011. Ditmaal onder parketnummer 15-255451-10. Ook dit vonnis is inmiddels onherroepelijk geworden.(2) Als bewijsmiddelen zijn bij de aanvrage gevoegd de inleidende tenlastelegging behorende bij de zaak met parketnummer 15-255451-10 en de inleidende tenlastelegging behorende bij de zaak met parketnummer 96-158014-10.
4. Krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv Pro kan als grondslag voor een herziening onder andere dienen één of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie. Eén van de gronden voor niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie is schending van het in art. 68 Sr Pro neergelegde ne bis in idem-beginsel.
5. Een vergelijking tussen de vonnissen en de dossiers met respectievelijk parketnummer 96-158014-10 en parketnummer 15-255451-10 levert het volgende op:
- beide veroordelende vonnissen betreffen (onder meer)(3) een overtreding van art. 8, tweede lid, onder a WVW 1994, gepleegd op 25 juli 2010 te Purmerend, waarbij het alcoholgehalte van de adem van de verdachte 995 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;
- aan beide veroordelende vonnissen ligt hetzelfde raamproces-verbaal van de Politie Zaanstreek-Waterland met nummer PL11PN 2010047135-1, d.d. 30 juli 2010, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 1] en [verbalisant 2], beiden hoofdagent van politie, met de daarbij behorende bijlagen, ten grondslag;(4)
6. Voorts bevindt zich in het dossier met parketnummer 96-158014-10 een schrijven d.d. 11 juli 2011 van de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) aan de Unit OM Team Vrijheidsstraffen/Taakstraffen van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), inhoudende de mededeling dat in die zaak ten onrechte vonnis is gewezen, dat het een 'bis in idem' betreft en dat daarom - op beslissing van de Officier van Justitie van de CVOM te Utrecht d.d. 11 juli 2011 - verzocht wordt per direct de executie stop te zetten.(5)
7. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat de verdachte tweemaal onherroepelijk is veroordeeld voor één en hetzelfde feit en dat er derhalve sprake is van schending van het in art. 68 Sr Pro neergelegde ne bis in idem-beginsel.
8. De aanvrage tot herziening zal gegrond moeten worden verklaard. Het ernstige vermoeden bestaat dat als de 'tweede' Politierechter in de Rechtbank te Haarlem toen hij op 29 april 2011 zijn veroordelend vonnis wees had geweten - hetgeen kennelijk niet het geval is geweest - dat de aanvrager voor dat feit reeds bij vonnis van 4 februari 2011 door een andere Politierechter in die Rechtbank was veroordeeld, hij de Officier van Justitie met toepassing van art. 68 Sr Pro in zijn vervolging niet-ontvankelijk zou hebben verklaard.
8. Deze conclusie strekt tot gegrondverklaring van de herzieningsaanvrage. Om doelmatigheidsredenen kan de Hoge Raad zelf de Officier van Justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging in de zaak waarin thans herziening wordt gevraagd.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Dit blijkt uit de handgeschreven aantekening d.d. 31 oktober 2011 van [betrokkene 1] van de Rechtbank te Haarlem, op de door de griffie van de Hoge Raad aan de Rechtbank te Haarlem toegezonden en geretourneerd schrijven d.d. 14 oktober 2011, inhoudende dat er geen hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis.
2 Dit blijkt uit het schrijven d.d. 15 augustus 2011 van [betrokkene 2], griffier van de Rechtbank te Haarlem, inhoudende dat tegen het vonnis geen hogere voorziening open staat.
3 In de zaak met parketnummer 15-255451-10 is de verdachte tevens veroordeeld voor 'overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994'.
4 In het dossier met parketnummer 96-158014-10 ontbreekt de bij bovengenoemd raamproces-verbaal behorende bijlage inhoudende de 'registratieset verkeersongeval'. In het dossier met parketnummer 15-255451-10 bevindt deze bijlage zich wel achter het raamproces-verbaal.
5 Dit kennelijk naar aanleiding van het schrijven van de raadsman van de aanvrager d.d. 5 juli 2011 gericht aan de Officier van Justitie bij de CVOM, inhoudende het verzoek de tenuitvoerlegging van de straf opgelegd in de zaak met parketnummer 96-158014-10 op te schorten totdat de Hoge Raad op het onderliggende herzieningsverzoek heeft beslist.