ECLI:NL:PHR:2012:BV9773
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving sollicitatieplicht
Verzoeker en zijn echtgenote zijn toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Utrecht beëindigde de regeling tussentijds omdat verzoeker niet voldeed aan zijn verplichtingen, met name het niet naleven van de sollicitatieplicht na 1 januari 2011. Het hof Arnhem bevestigde dit oordeel en wees het cassatieberoep van verzoeker af.
In cassatie werden vier klachten ingebracht. Ten eerste werd betoogd dat het hof ten onrechte uitging van een resultaatsverplichting in plaats van een inspanningsverbintenis voor de sollicitatieplicht, maar het hof stelde terecht vast dat ook een inspanningsverbintenis kan worden geschonden door onvoldoende inspanning.
Ten tweede stelde verzoeker dat hij met een verzoek tot ontheffing van de sollicitatieplicht had voldaan aan zijn informatieplicht richting de bewindvoerder, maar het hof oordeelde terecht dat dit onvoldoende was.
Ten derde werd aangevoerd dat verzoeker op basis van een rapport van A-REA als volledig arbeidsongeschikt moest worden aangemerkt, maar het hof vond dat onvoldoende onderbouwd en dat de sollicitatieplicht daarom bleef gelden.
Ten slotte werd betoogd dat de WWB boven de WSNP zou prevaleren, maar het hof stelde terecht dat beide regelingen eigen voorwaarden kennen en dat vrijstelling onder de WWB niet automatisch geldt onder de WSNP. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het tussentijds beëindigen van de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving van de sollicitatieplicht.