ECLI:NL:PHR:2012:BW0241
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Weigering rogatoire commissie bij verzoek beslagvrije voet niet in Nederland wonende schuldenaar
De zaak betreft een verzoek van een niet in Nederland wonende schuldenaar om een beslagvrije voet vast te stellen en een rogatoire commissie te gelasten om bewijs te verkrijgen in Portugal. De schuldenaar, voormalig bestuurder van een failliete vennootschap, had een vonnis tot betaling van een voorschot op het boedeltekort tegen zich lopen. De curator legde beslag op zijn uitkering zonder beslagvrije voet.
De schuldenaar vroeg de rechtbank om vaststelling van een beslagvrije voet en om een rogatoire commissie, maar gaf onvoldoende onderbouwing van zijn financiële situatie. De kantonrechter wees het verzoek af wegens gebrek aan openheid van zaken en onvoldoende concreet bewijsaanbod. Ook het hof bekrachtigde deze beslissing en wees het verzoek om een rogatoire commissie af, omdat de schuldenaar geen nieuwe stukken overlegde en onvoldoende feiten stelde.
In cassatie klaagde de schuldenaar over een onjuiste rechtsopvatting omtrent het recht op een fair hearing en de toepassing van de EG-bewijsverordening. De Hoge Raad oordeelde dat de stelplicht en bewijslast bij de schuldenaar lagen en dat het hof terecht het verzoek tot bewijslevering had afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De klacht faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek om een rogatoire commissie wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van het verzoek tot vaststelling van een beslagvrije voet.