ECLI:NL:PHR:2012:BW0638

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00056
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt arrest vanwege onvoldoende motivering afwijzing getuigenverzoek in witwaszaak

In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor witwassen tot een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 42 dagen voorwaardelijk. Tegen dit arrest stelde verdachte cassatie in. Een van de middelen betrof de afwijzing door het hof van een verzoek om twee getuigen te horen die zouden kunnen verklaren over de legale herkomst van het inbeslaggenomen geld.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof het getuigenverzoek had afgewezen met toepassing van de juiste maatstaf, maar dat de motivering van die afwijzing onvoldoende was. Het hof had namelijk vooruitgelopen op de inhoud van de verklaringen van de getuigen en zonder nadere onderbouwing geoordeeld dat het horen van die getuigen irrelevant was, omdat het hof al overtuigd was van de illegale herkomst van het geld.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam of een aangrenzend hof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep. Het eerste middel werd niet verder behandeld omdat het tweede middel slaagde. Er waren geen ambtshalve gronden voor vernietiging.

Deze uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering bij de afwijzing van bewijsverzoeken, zeker wanneer het gaat om getuigen die mogelijk relevante feiten kunnen verklaren. De zaak zal opnieuw worden beoordeeld met inachtneming van deze waarborg.

Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering van de afwijzing van het getuigenverzoek en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

Nr. 11/00056
Zitting: 28 februari 2012
Mr. Vegter
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 20 april 2010 verdachte wegens "witwassen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr Pro, waarvan 42 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts zijn beslissingen genomen omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen als nader in het arrest omschreven.
2. Namens verdachte heeft mr. J.S.W. Boorsma, advocaat te Amsterdam, beroep in cassatie ingesteld en heeft mr. J. Kuijper, eveneens advocaat te Amsterdam, bij schriftuur twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het tweede middel klaagt dat het Hof het verzoek tot het horen van een tweetal getuigen heeft afgewezen op gronden die deze afwijzing niet kunnen dragen.
4. Het Hof heeft in zijn arrest het in het middel bedoelde getuigenverzoek als volgt afgewezen:
"Nu het hof geen geloof hecht aan de verklaringen die de verdachte heeft afgelegd over de herkomst van het onder de verdachte inbeslaggenomen geldbedrag, ontbreekt de noodzaak om op dat punt nog getuigen te horen. Het ter zitting gedane verzoek van de raadsman om een tweetal getuigen te horen wordt dan ook afgewezen."
5. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 april 2010 houdt wat betreft hetgeen door de raadsman aldaar naar voren is gebracht enkel in dat hij het woord heeft gevoerd en daarbij verweren heeft gevoerd 'als weergegeven in het arrest'. Dat er een verzoek is gedaan tot het horen van een tweetal getuigen, om welke getuigen dit gaat en waarover zij gehoord zouden moeten worden valt uit het proces-verbaal niet af te leiden.
6. Uit de door het Hof bij de afwijzing van het kennelijk gedane getuigenverzoek gebezigde bewoordingen valt af te leiden dat dit verzoek zag op het horen van een tweetal getuigen die zouden kunnen verklaren over de (legale) herkomst van het onder de verdachte inbeslaggenomen geldbedrag.
7. Door dit verzoek (onder het juiste criterium) af te wijzen als hiervoor weergeven, is het Hof ten onrechte vooruitgelopen op de inhoud van de verklaringen van de beide getuigen. 's Hofs motivering van de afwijzing van het verzoek komt immers daarop neer dat het, op grond van hetgeen het op basis van het op dat moment voorhanden zijnde bewijsmateriaal acht vast te staan omtrent de (illegale) herkomst van het onder de verdachte inbeslaggenomen geldbedrag, het horen van de beide getuigen irrelevant acht. 's Hofs motivering kan de afwijzing van het verzoek dan ook niet dragen. (1)
8. Het tweede middel slaagt.
9. In aanmerking genomen dat het tweede middel mijns inziens slaagt, hetgeen zal dienen te leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak, behoeft het eerste voorgestelde middel geen bespreking. Indien uw Raad hier anders over denkt ben ik uiteraard gaarne bereid aanvullend te concluderen.
10. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak behoren te leiden.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de betreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie HR 8 april 2008, LJN BC5966. Zie tevens: HR 18 november 2008, LJN BF3297 en HR 11 december 2007, LJN BB7058.