ECLI:NL:PHR:2012:BW1421
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onvoldoende onderzoek detentiegeschiktheid verdachte
De verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld wegens deelname aan een criminele organisatie en medeplegen van flessentrekkerij en valsheid in geschrift. Het hof baseerde zijn oordeel op talrijke bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van medeverdachten en proces-verbalen van de FIOD.
De verdediging voerde aan dat de verdachte ernstig ziek is (MS en kanker) en niet geschikt zou zijn om een gevangenisstraf te ondergaan. Er werd verzocht de zaak aan te houden voor een onderzoek naar de detentiegeschiktheid. Het hof wees dit verzoek af, stellende dat het gevangeniswezen in staat is personen met een slechte fysieke gesteldheid te accommoderen en dat de detentiegeschiktheid in de executiefase kan worden beoordeeld.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het oordeel van het hof dat een onderzoek naar detentiegeschiktheid niet noodzakelijk is, niet zonder meer begrijpelijk is gezien de ernst van de ziekte en de persoonlijke gevolgen voor de verdachte. De Hoge Raad vernietigt daarom de strafoplegging en verwijst de zaak terug voor een passende beslissing, maar verwerpt het cassatieberoep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens onvoldoende onderzoek naar de detentiegeschiktheid van de verdachte.