ECLI:NL:PHR:2012:BW1478
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en gevolgen van herstelbeslissing Hof bij strafoplegging en schadevergoedingen
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over een herstelbeslissing van het Hof die de opgelegde gevangenisstraf aanzienlijk verlaagde van 22 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk naar 10 maanden voorwaardelijk. De Hoge Raad benadrukt dat herstelbeslissingen slechts mogen worden gebruikt voor het corrigeren van onmiddellijk kenbare fouten, verschrijvingen of verrekeningen. In dit geval was de wijziging van strafmaat niet een dergelijke fout, maar een wijziging op grond van nieuwe inzichten na het arrest.
De Hoge Raad constateert dat het Hof de straf niet had mogen wijzigen via een herstelbeslissing en dat deze onduidelijkheid aanleiding geeft tot ambtshalve vernietiging van het arrest omtrent de strafoplegging. De Hoge Raad bespreekt verschillende opties voor de afhandeling, waaronder het negeren van de herstelbeslissing, ambtshalve vernietiging met terugwijzing, of zelf afdoening. De voorkeur gaat uit naar zelf afdoening in overeenstemming met de herstelbeslissing.
Daarnaast behandelt de Hoge Raad de vorderingen van de benadeelde partijen. Het Hof had deze vorderingen grotendeels toegewezen als eenvoudig van aard, wat de Hoge Raad begrijpelijk acht. Klachten over de hoofdelijkheid van de toewijzing en het opleggen van schadevergoedingsmaatregelen worden verworpen. Ook het gebrek aan draagkracht van de verdachte speelt geen rol bij deze vorderingen.
De Hoge Raad bevestigt de strikte grenzen voor herstelbeslissingen en benadrukt dat procespartijen niet vooraf worden gehoord bij een herstelbeslissing. De zaak illustreert de noodzaak van zorgvuldige toepassing van herstelmogelijkheden en de bescherming van de rechtszekerheid en eerlijke procesvoering.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en legt de straf vast conform de herstelbeslissing van het Hof.