1.1 In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan((1)):
(i) Op 4 maart 2005 om 12.00 uur is ontdekt dat er brand woedde in de toentertijd mede aan eiser tot cassatie (hierna: [eiser]) in eigendom toebehorende boerderij aan de [a-straat 1] te [plaats]. De schade bleek aanzienlijk. De boerderij bestond uit een woongedeelte en een werkplaats, ook wel de deel, schuur of dars genoemd, waarin gereedschap en koetsen waren opgeslagen. Ten tijde van de brand werd het woongedeelte bewoond door [betrokkene 1], van wie [eiser] sedert begin 2004 feitelijk gescheiden was maar met wie hij nog in gemeenschap van goederen was gehuwd.
(ii) Ter zake van het risico van brandschade aan de boerderij, de inboedel en de koetsen was [eiser] bij Delta Lloyd verzekerd. Daarnaast had [eiser] nog andere verzekeringen bij Delta Lloyd lopen. In de verzekeringsvoorwaarden is bepaald dat Delta Lloyd de verzekering met onmiddellijke ingang tussentijds kan opzeggen, indien in geval van schade opzettelijk onjuiste gegevens zijn verstrekt.
(iii) Op de ochtend van de brand heeft [eiser] om 10.51 uur met zijn mobiele telefoon naar [betrokkene 1] gebeld met het verzoek de ontdooitrafo aan hem ter beschikking te stellen. [Betrokkene 1] zat op dat moment bij de kapper.
(iii) Op 7 maart 2005 heeft de technische recherche onderzoek ingesteld naar de oorzaak van de brand. De conclusie van het op 23 maart 2005 opgemaakte proces-verbaal luidt:
"in verband met het vorenstaande, voor wat betreft het aantreffen van twee, onafhankelijke brandhaarden, en het ontbreken van een technische oorzaak van de brand, is het aannemelijk te achten dat de brand is ontstaan door het opzettelijk bijbrengen van vuur in de houtblokken en op de zolder."
(iv) Op 29 maart 2005 heeft [betrokkene 1] aangifte van brandstichting gedaan. Op 5 augustus 2005 heeft Delta Lloyd aangifte gedaan van brandstichting en van valsheid in geschrifte dan wel (poging tot) oplichting door [eiser] en [betrokkene 1].
(v) Op 11 juli 2005 heeft [betrokkene 2], vriendin van [eiser], tegenover de hierna te noemen [betrokkene 3] verklaard dat zij op de ochtend van de brand tussen 08.00 en 09.00 uur op het erf aan de [b-straat 1]((2)) was aangekomen om de paarden te verzorgen en dat zij denkt dat [eiser] zich daar, zoals gebruikelijk na de verzorging van zijn paarden aan de [a-straat], om 09.15 bij haar zal hebben gevoegd. Pas toen om 12.00 uur de brand werd gemeld, hebben [eiser] en zij het erf weer verlaten. Zij heeft een eigen auto, een Mazda, aldus nog steeds [betrokkene 2] tegenover [betrokkene 3].
(vi) Buurmeisje [betrokkene 4], toen 17 jaar oud, heeft op 7 juni 2005 tegenover de politie verklaard, kort samengevat, dat zij op de ochtend van de brand met haar broer op de dijk aan het sleeën was. Om ongeveer 11.00 uur zag zij de vriendin van [eiser] ([betrokkene 2]), die zij kent van de paardrijvereniging, in de grijze Mercedes van [eiser] over de [a-straat] voorbij rijden, komende uit de richting van de boerderij. Vijf à tien minuten later zag ze [betrokkene 2] terug komen rijden vanuit Spijkerboor en voor de boerderij stoppen. Toen [betrokkene 4] enkele minuten later weer in de richting van de boerderij keek, stond de Mercedes niet langer bij het pand.
(vii) De technische onderzoekers [betrokkene 3] en [betrokkene 5] - als experts verbonden aan Delta Lloyd, afdeling Expertise Service Centre (RSC), Team Speciale Zaken -, hebben de achtergronden van de brand onderzocht. Op 7 maart 2005 hebben zij de brandlocatie bezocht en geïnspecteerd en op verschillende data in maart en juli 2005 hebben zij getuigenverklaringen opgenomen.((3)) Zij hebben gerapporteerd dat er twee brandhaarden waren, één op of dicht bij de vloer in de dars tegen de binnenmuur van de woning, en een tweede op een apart klein zoldertje dat alleen met de bouwlift bereikt kon worden. Braaksporen hebben zij niet aangetroffen. De onderzoekers hebben geconcludeerd dat er op tenminste een van deze plaatsen brand is gesticht en mogelijk op beide plaatsen (blad 8 van het rapport). [Betrokkene 3] en [betrokkene 5] besluiten hun onderzoeksrapport op 20 juli 2005 met de volgende passage:
"Aannemelijk is dat [eiser] op 4 maart 2005 naar de [a-straat 1] is gegaan en met zijn sleutel het loopdeurtje naar de deel heeft geopend. Toen hij de ontdooitransformator niet kon vinden, heeft hij [betrokkene 1] gebeld die vervolgens telefonisch bij haar schoonzoon heeft geïnformeerd. Nadat [eiser] na enige tijd van [betrokkene 1] te horen had gekregen dat hij de trafo niet zou krijgen, had hij de mogelijkheid om de brand te stichten in de deel en om daarna de deur weer af te sluiten en te vertrekken. [Betrokkene 2] [de vriendin van [eiser]] werd omstreeks 11.15 uur op de dijk bij de woning gezien, rijdende in de auto van [eiser]. De brand werd omstreeks 12.00 uur ontdekt toen deze zich openbaarde. [Eiser] lijkt ook een motief voor de brandstichting te hebben. Ten eerste kan het zijn dat hij kwaad is geworden omdat hij de trafo niet kreeg en in de tweede plaats wilde hij dat de woning zou worden verkocht of dat deze op andere wijze te gelde zou worden gemaakt. Hij wilde immers het pand aan de [b-straat 1] gaan verbouwen. [Betrokkene 1] lijkt een sluitend alibi te hebben, zij was bij de kapper en in gezelschap van haar ex-vriend [betrokkene 6]."
(viii) Bij brief van 27 juli 2005 heeft Delta Lloyd alle verzekeringsovereenkomsten met [eiser] per 12 augustus 2005 geroyeerd. Deze eenzijdige beëindiging heeft Delta Lloyd ingeschreven bij het door de Stichting CIS beheerde Centraal Informatiesysteem van in Nederland werkzame verzekeringsmaatschappijen. Deze databank heeft tot doel een bijdrage te leveren aan het voeren van een verantwoord beleid in het acceptatie- en claimproces door haar deelnemers.
(ix) Op 13 oktober 2005 heeft het Openbaar Ministerie het onderzoek naar de oorzaak van de brand definitief stopgezet vanwege andere onderzoeksprioriteiten.