ECLI:NL:PHR:2012:BW2440
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Verzoeker tot cassatie heeft een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend, dat door de rechtbank Alkmaar en het hof Amsterdam werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat de aangevoerde gewijzigde omstandigheden, waaronder een betwiste belastingschuld en een beslissing tot niet-vervolging wegens bedrieglijke bankbreuk, geen relevante grond vormden voor toelating.
Het hof bekrachtigde dit oordeel en stelde dat onvoldoende was aangetoond dat de belastingschuld tot een minimaal bedrag was teruggebracht. Tevens concludeerde het hof dat verzoeker niet te goeder trouw was met betrekking tot het ontstaan en het onbetaald laten van schulden, mede omdat hij onvoldoende had geprobeerd zijn woning snel te verkopen om schuldeisers te voldoen.
In cassatie werden meerdere middelen aangevoerd, waaronder dat het hof niet inhoudelijk had getoetst op gewijzigde omstandigheden en dat het hof het onderzoek niet had aangehouden in afwachting van een beroepsprocedure. De Hoge Raad verwierp deze middelen wegens gebrek aan belang en omdat het hof het verzoek inhoudelijk had beoordeeld.
De Hoge Raad bevestigt dat goede trouw in de zin van artikel 288 lid 1 sub b Fw Pro niet afhangt van strafrechtelijke aspecten en oordeelt dat het cassatieberoep moet worden verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van goede trouw.