ECLI:NL:PHR:2012:BW2488
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verbetert kwalificatie in zaak handelen in strijd met Wet wapens en munitie
In deze zaak heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage verdachte veroordeeld voor moord en meerdere feiten van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie (WWM), waaronder het voorhanden hebben van wapens en munitie van categorie III. De verdachte werd veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf. De verdediging stelde cassatie in tegen de bewezenverklaring en de kwalificatie van het voorhanden hebben van munitie.
De Hoge Raad overwoog dat de getuigenverklaring die met de methode van geleide herinnering was verkregen, niet zonder meer onbruikbaar is voor bewijs en dat het Hof terecht geen aanleiding zag om deze verklaring buiten beschouwing te laten. Ook werd geoordeeld dat het verwijzen naar pleitaantekeningen van de raadsman niet als bewijs mag dienen, maar in deze zaak werd dit niet als zodanig gebruikt.
Het belangrijkste oordeel van de Hoge Raad betreft de kwalificatie van het voorhanden hebben van munitie. Het Hof had dit meermalig gekwalificeerd, terwijl volgens de Hoge Raad het bezit van meerdere patronen als één feit moet worden beschouwd. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het de kwalificatie betreft en verbeterde deze ambtshalve. De strafoplegging werd gehandhaafd en het beroep in cassatie werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verbeterde de kwalificatie van het bezit van munitie tot één feit en verwierp het cassatieberoep voor het overige.