ECLI:NL:PHR:2012:BW3213
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging mentorschapsinstelling en mentorbenoeming in combinatie met provisioneel bewindvoering
Deze zaak betreft de instelling van een mentorschap en de benoeming van een mentor ten behoeve van een vader die sinds opname in een ziekenhuis niet meer zelfstandig kan wonen. De rechtbank stelde eerder een bewind in over zijn goederen en benoemde een stichting als bewindvoerder. Later werd een provisioneel bewindvoerder benoemd in afwachting van een verzoek tot ondercuratelestelling. Het hof stelde aanvullend een mentorschap in en benoemde de geregistreerde partner van de vader als mentor.
De vader en zijn partner stelden hoger beroep in tegen het bewind, waarbij het hof de bevoegdheden van de provisioneel bewindvoerder beperkte tot vermogensrechtelijke aangelegenheden. Het hof stelde echter ambtshalve een mentorschap in, zonder dat daartoe een verzoek was gedaan en terwijl het verzoek tot ondercuratelestelling nog niet was beslist.
De Hoge Raad oordeelt dat het mentorschap niet kan worden gecombineerd met een ondercuratelestelling, maar dat in deze zaak nog geen beslissing op het ondercuratelestellingsverzoek was genomen. Het hof trad buiten de rechtsstrijd door ambtshalve een mentorschap in te stellen zonder dat aan de wettelijke voorwaarden was voldaan. Daarom vernietigt de Hoge Raad het besluit van het hof tot instelling van het mentorschap en benoeming van de mentor. De procedure over het verzoek tot ondercuratelestelling kan bij de rechtbank worden voortgezet.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het besluit van het hof tot instelling van een mentorschap en benoeming van een mentor wegens overschrijding van de rechtsstrijd en gebrek aan bevoegdheid.