ECLI:NL:PHR:2012:BW3692

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
8 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05243
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 327 SvArt. 415 SvArt. 416 lid 2 SvArt. 425 SvArt. 426 Sv
Verwijzingen
11 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens niet-naleving ondertekening proces-verbaal hoger beroep

Het gerechtshof te 's-Gravenhage verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen een vonnis van de kantonrechter. Namens verdachte werd cassatie ingesteld met het middel dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet overeenkomstig art. 327 Sv Pro was vastgesteld en ondertekend, omdat het slechts door de griffier was ondertekend en niet door een raadsheer die over de zaak had geoordeeld.

De Hoge Raad overwoog dat het proces-verbaal expliciet vermeldde dat het bij ontstentenis van de raadsheer alleen door de griffier was vastgesteld en ondertekend. De medeondertekening door de vicepresident van het hof maakte dit niet anders, omdat niet bleek dat zij over de zaak had geoordeeld. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de daarop gebaseerde uitspraak.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof of een aangrenzend hof voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep. Er werd tevens overwogen dat de verdachte belang heeft bij deze vernietiging, omdat hij alsnog bezwaren tegen het vonnis kan opgeven.

De conclusie van de procureur-generaal benadrukte dat het ontbreken van de juiste ondertekening van het proces-verbaal een fundamenteel procesrechtelijk verzuim is dat niet kan worden hersteld en dat dit leidt tot nietigheid van het vonnis.

Uitkomst: Het arrest van het gerechtshof wordt vernietigd wegens niet-naleving van art. 327 Sv en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

Nr. 10/05243
Mr. Vellinga
Zitting: 14 februari 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft bij verstek gewezen arrest van 24 juni 2008 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het bij verstek gewezen vonnis van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Gravenhage van 12 april 2007, waarbij de verdachte wegens een overtreding is veroordeeld tot de straffen in dat vonnis vermeld.
2. Namens verdachte heeft mr. J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 24 juni 2008 in strijd met art. 327 Sv Pro slechts door de griffier is vastgesteld en ondertekend.
4. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 24 juni 2008, waarin het mondeling arrest op de wijze als bedoeld in art. 425, derde lid, Sv is aangetekend, houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel relevant, als slotzin in:
"Dit proces-verbaal is bij ontstentenis van de raadsheer alleen vastgesteld en ondertekend door de griffier en voor gezien mede-ondertekend door mr. B.A. Stoker-Klein, vicepresident in dit gerechtshof." [volgen twee handtekeningen, WHV]
5. In de toelichting op het middel wordt aangevoerd dat de ondertekening van het proces-verbaal door de vicepresident van geen betekenis is nu uit niets blijkt dat mr. Stoker-Klein over de zaak heeft geoordeeld, en de vaststelling van het proces-verbaal in de onderhavige zaak enkel door de griffier heeft plaatsgevonden, hetgeen nietigheid tot gevolg dient te hebben.
6. Ingevolge art. 327, eerste lid, Sv - welke bepaling ingevolge art. 415, eerste lid, Sv op het rechtsgeding in hoger beroep van overeenkomstige toepassing is - wordt het proces-verbaal van de terechtzitting door de voorzitter, of door een van de rechters die over de zaak heeft geoordeeld, en de griffier vastgesteld en ondertekend.
7. In aanmerking genomen dat het proces-verbaal van de terechtzitting met zoveel woorden inhoudt dat het proces-verbaal bij ontstentenis van de raadsheer - blijkens het proces-verbaal is mr. Bax-Luhrman als voorzitter opgetreden - alleen door de griffier is vastgesteld, kan het er niet voor worden gehouden dat de vaststelling van het proces-verbaal mede door genoemde raadsheer heeft plaatsgevonden.(1) De medeondertekening van het proces-verbaal door de vicepresident van het Hof maakt dit niet anders.(2)
8. Gelet op het voorgaande is het proces-verbaal niet vastgesteld overeenkomstig art. 327 Sv Pro, welk verzuim nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak meebrengt.
9. Het middel slaagt.
10. Ik heb mij nog afgevraagd of in casu enig belang van de verdachte in het geding is. Dat lijkt mij wel. De onderhavige, door het Hof uitgesproken niet-ontvankelijkheid berust op het ontbreken van een opgave van bezwaren tegen het vonnis als bedoeld in art. 416 lid 2 Sv Pro. Na vernietiging kan de verdachte dus alsnog bezwaren tegen het beroepen vonnis opgeven.
11. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
12. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Zie HR 7 januari 1986, NJ 1986, 463, waarin het proces-verbaal van de terechtzitting uitsluitend door de griffier was ondertekend onder vermelding dat de Politierechter buiten staat was het proces-verbaal mede te ondertekenen. De Hoge Raad oordeelde dat het ervoor moest worden gehouden dat de vaststelling van het proces-verbaal mede door de Politierechter had plaatsgevonden, nu uit genoemd proces-verbaal uitsluitend bleek dat de Politierechter het proces-verbaal niet mede had ondertekend. Zie ook HR 8 maart 1988, NJ 1988, 972.
2 Vgl. HR 2 juni 2009, LJN BH9945, NJ 2009, 282, waarin sprake was van behandeling door een meervoudige strafkamer, en het proces-verbaal, bij ontstentenis van de voorzitter en de overige raadsheren die over de zaak hadden geoordeeld, en de griffier, door de fungerend voorzitter van het gerecht was ondertekend, en de Hoge Raad oordeelde dat het proces-verbaal niet overeenkomstig art. 327 Sv Pro was vastgesteld en ondertekend, welk verzuim - dat zich niet meer voor herstel leende - nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak meebracht.