ECLI:NL:PHR:2012:BW4003
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontheffing uit ouderlijke macht na afweging van belangen van jong kind
In deze zaak staat de ontheffing uit de ouderlijke macht van de moeder ten aanzien van haar jonge dochter centraal. De moeder heeft cassatie ingesteld tegen het arrest van het hof dat deze ontheffing heeft uitgesproken. De Hoge Raad toetst of het hof een deugdelijke belangenafweging heeft gemaakt en of het oordeel voldoende is gemotiveerd.
Het hof heeft vastgesteld dat het belang van het kind bij een stabiele en bestendige opvoedingssituatie zwaarder weegt dan het streven naar terugkeer naar de ouders, zeker wanneer er ernstige twijfel bestaat over de opvoedingsgeschiktheid van de ouders. De klachten van de moeder dat zij onvoldoende kans heeft gekregen om te bewijzen dat zij een goed opvoedingsmilieu kan bieden, worden door de Hoge Raad verworpen. Het belang van het kind staat voorop en kan het belang van de ouders overstijgen.
De Hoge Raad concludeert dat het hof op een verantwoorde en begrijpelijke wijze de feiten heeft gewogen en dat de klachten van de moeder niet tot cassatie leiden. De cassatie wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand. De zaak benadrukt het belang van het kind bij beslissingen over ouderlijke macht en bevestigt dat terugkeer naar de ouders niet altijd het uitgangspunt is wanneer het kind elders een stabiele situatie heeft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de cassatie en bevestigde de ontheffing uit de ouderlijke macht vanwege het belang van het kind bij een stabiele opvoedingssituatie.