ECLI:NL:PHR:2012:BW4008
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van incidentele vordering tot oproeping geëxecuteerde in verklaringsprocedure derdenbeslag
In deze zaak staat centraal de vraag of een incidentele vordering tot oproeping van de geëxecuteerde in een verklaringsprocedure omtrent executoriaal derdenbeslag eerst en vooraf moet worden behandeld en of het niet tijdig dienen van grieven leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. De Ontvanger van de Belastingdienst had derdenbeslag gelegd op vorderingen van Masterflex Ltd. tegen eiseres c.s., die een geschil hadden over de omvang en de aard van de vorderingen.
Eiseres c.s. namen een incidentele vordering tot oproeping van Masterflex in het geding, met het oog op het verkrijgen van duidelijkheid over de rechtsverhouding. Het hof oordeelde dat deze incidentele vordering niet eerst en vooraf hoefde te worden behandeld en verleende de Ontvanger akte van niet-dienen van grieven wegens het niet tijdig indienen van een memorie van grieven. Hierdoor werden eiseres c.s. niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
De Hoge Raad bevestigt dat art. 209 Rv Pro. bepaalt dat incidentele vorderingen eerst en vooraf worden behandeld indien de zaak dat medebrengt, maar dat dit niet automatisch geldt voor een incidentele vordering tot oproeping van de geëxecuteerde. De wet bevat geen regel die schorsing van de hoofdzaak voorschrijft bij een dergelijk incident. Bovendien is het recht om grieven te dienen komen te vervallen doordat eiseres c.s. de memorie van grieven niet tijdig hebben genomen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres c.s. worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig dienen van grieven.