ECLI:NL:PHR:2012:BW4301
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid aanhouding na overdracht door casinomedewerkers
In deze zaak stond centraal of de aanhouding van verdachte door medewerkers van Holland Casino onrechtmatig was, omdat verdachte volgens zijn raadsman al was aangehouden door deze medewerkers zonder redelijk vermoeden van schuld. De medewerkers hadden verdachte naar een aparte ruimte meegenomen nadat hij zich verdacht gedroeg bij pinautomaten. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een aanhouding door de casinomedewerkers, omdat er geen ontdekking op heterdaad was en dat de daadwerkelijke aanhouding door de politie rechtmatig was nadat camerabeelden een redelijk vermoeden van schuld opleverden.
De raadsman voerde aan dat verdachte feitelijk al was aangehouden door de casinomedewerkers en dat dit onrechtmatig was omdat er geen objectieve verdenking was. Het hof verwierp dit verweer en stelde dat de verdachte vrijwillig was meegegaan, zonder dwang of geweld. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en het oordeel niet onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad benadrukte dat de overdracht van verdachte door de casinomedewerkers aan de politie niet als een overlevering in de zin van artikel 53 Sv Pro kon worden aangemerkt, omdat de politie eerst zelf een oordeel moest vormen over de rechtmatigheid van de aanhouding. Het eventuele onrechtmatige optreden van de casinomedewerkers deed niets af aan de rechtmatigheid van de daaropvolgende aanhouding door de politie. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de aanhouding door de opsporingsambtenaren rechtmatig was en verwerpt het cassatieberoep.