ECLI:NL:PHR:2012:BW4992
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verjaring bij samenhangende koop- en kredietovereenkomst bij autofinanciering
In deze zaak gaat het om de vraag of een vordering van Defam Financieringen B.V. jegens [eiser] is verjaard op grond van de verkorte verjaringstermijn van artikel 7:28 BW Pro, die geldt voor consumentenkoop. [Eiser] had een personenauto gekocht via een driepartijen huurkoopovereenkomst, waarbij de betaling deels via een kredietovereenkomst met Defam verliep.
De rechtbank en het hof oordeelden dat de vordering van Defam voortvloeit uit de kredietovereenkomst en niet uit de koopovereenkomst, waardoor de verjaringstermijn van art. 7:28 BW Pro niet van toepassing zou zijn. Het hof kwalificeerde [eiser] als consument en ging uit van twee afzonderlijke overeenkomsten, maar motiveerde onvoldoende waarom het van een driepartijenovereenkomst naar twee aparte overeenkomsten ging.
De Hoge Raad stelt dat deze motivering onbegrijpelijk is en dat het debat over de samenhang tussen koop- en kredietovereenkomst en de toepasselijkheid van de verjaringstermijn van art. 7:28 BW Pro moet worden voortgezet. Ook is van belang dat de verjaring door het faillissement en erkenning van de vordering is gestuit, zodat de termijn mogelijk niet verstreken is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nadere behandeling, waarbij het hof moet onderzoeken of de verkorte verjaringstermijn van art. 7:28 BW Pro kan worden ingeroepen tegen Defam in verband met de samenhang van de overeenkomsten.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van verjaring bij samengestelde overeenkomsten in consumentenkoop met kredietfinanciering en benadrukt het belang van een duidelijke motivering bij de kwalificatie van de rechtsverhouding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere motivering over de toepasselijkheid van de verjaringstermijn van art. 7:28 BW.