ECLI:NL:PHR:2012:BW5126
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende bewijs milieuverontreiniging en zorgplicht
De zaak betreft een strafrechtelijke procedure tegen verdachte wegens overtreding van milieuregelgeving, specifiek artikel 13 van Pro de Wet bodembescherming en artikel 10.1 van de Wet milieubeheer. Verdachte werd door het hof veroordeeld voor het opzettelijk achterlaten van hooi, plastic, autobanden en andere afvalstoffen op onbeschermde bodem, waarbij hij volgens het hof redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat dit de bodem kon verontreinigen of aantasten.
De Hoge Raad oordeelt echter dat de bewijsvoering van het hof onvoldoende is om vast te stellen dat het achterlaten van plastic en autobanden een handeling is die de bodem kan verontreinigen of aantasten, noch dat verdachte dit redelijkerwijs had kunnen vermoeden. Ook voor de afvalstoffen genoemd onder feit 4 ontbreekt een voldoende onderbouwing dat nadelige milieugevolgen konden ontstaan of dat verdachte dit redelijkerwijs had kunnen weten.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. Er is geen aanleiding voor ambtshalve vernietiging. De conclusie benadrukt het belang van een gedegen bewijsvoering omtrent de zorgplicht en de milieugevolgen van de handelingen van verdachte.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende bewijs.