ECLI:NL:PHR:2012:BW5169
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken van bezwaren tegen vonnis kantonrechter
De verdachte werd door de kantonrechter veroordeeld wegens overtreding van artikel 447e Sr en legde hiertegen hoger beroep in. De voorzitter verleende op grond van artikel 410a Sv verlof tot behandeling van het hoger beroep. Tijdens de zitting van het hof verscheen de verdachte niet, en werden geen bezwaren tegen het vonnis van de kantonrechter opgegeven. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 416, tweede lid, Sv.
De verdachte stelde in cassatie dat er een discrepantie bestond tussen de beslissing van de voorzitter om verlof te verlenen en de niet-ontvankelijkverklaring door het hof, en dat dit in strijd was met artikel 6 EVRM Pro (eerlijk proces). De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn beslissing voldoende had gemotiveerd en dat de niet-ontvankelijkverklaring mede gebaseerd was op het feit dat de verdachte niet was verschenen en geen bezwaren had geuit.
De Hoge Raad verwierp de middelen en vond geen schending van het recht op een eerlijk proces. Er was geen feitelijke grondslag voor de vermeende discrepantie tussen de besluiten van de voorzitter en het hof. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bezwaren tegen het vonnis van de kantonrechter.