ECLI:NL:PHR:2012:BW5185

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/03701
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 435 lid 1 SvArt. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen

Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 17 december 2010 veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf voor het deelnemen aan een organisatie met het oogmerk het plegen van misdrijven, waaronder terroristische misdrijven. Deze veroordeling volgde na vernietiging van een eerder arrest en verwijzing door de Hoge Raad.

Verdachte heeft cassatie ingesteld via zijn advocaat, maar na rechtsgeldige betekening van de aanzegging van artikel 435 lid 1 Sv Pro op 25 augustus 2011, is binnen de gestelde termijn geen schriftuur met cassatiemiddelen ingediend bij de Hoge Raad.

Daarom concludeert de Procureur-Generaal dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De zaak hangt samen met meerdere andere zaken waarin eenzelfde conclusie is getrokken.

Uitkomst: Cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 11/03701
Mr. Machielse
Zitting 28 februari 2012 1
Conclusie inzake:
[Verdachte 7](1)
1. Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte op 17 december 2010, na vernietiging van een arrest van het Gerechtshof 's-Gravenhage van 23 januari 2008 en verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 2 februari 2010, voor 1 en 2 primair, eerste alternatief: "de voortgezette handeling van het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven", en voor 2 primair, tweede alternatief: "het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven" veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden.
2. Mr. V.L. Koppe, advocaat te Amsterdam, heeft cassatie ingesteld.
3. Op 14 oktober 2011 is de aanzegging van art. 435 lid 1 Sv Pro aan verdachte is op 25 augustus 2011 rechtsgeldig betekend. Binnen de door art. 437 lid 2 Sv Pro gestelde termijn is ter administratie van de Hoge Raad geen schriftuur ontvangen. Derhalve zal de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk moeten verklaren.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met nrs. 11/00284 ([verdachte 3]), 11/00043 ([verdachte 6]), 11/02669 ([verdachte 5]), 10/05537 ([verdachte 4]) en 11/00041 ([verdachte 1]), waarin ik ook vandaag concludeer.