ECLI:NL:PHR:2012:BW5356
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondertoezichtstelling minderjarige en motivering hof
Deze zaak betreft het cassatieberoep van de moeder tegen de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind. Zowel in eerste aanleg als in hoger beroep heeft zij zich tegen deze maatregel verzet, maar zonder succes. De Hoge Raad stelt vast dat het cassatieberoep geen nieuwe rechtsvragen oproept die rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereisen en dat het hof de toepasselijke maatstaven correct heeft toegepast.
Het hof heeft de ondertoezichtstelling gebaseerd op een gemengd samenstel van redenen, waaronder een patroon van aantrekken en afstoten van hulpverlening en de noodzaak van genormaliseerd contact tussen het kind en zijn vader. Dit alles om de noodzakelijke hulpverlening aan het kind mogelijk te maken. De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende en overtuigend heeft gemotiveerd waarom ondertoezichtstelling noodzakelijk was en dat de motiveringseis, zoals geformuleerd in eerdere jurisprudentie, is nageleefd.
Hoewel de ondertoezichtstelling inmiddels is geëindigd, acht de Hoge Raad het cassatieberoep ontvankelijk vanwege de mogelijke inbreuk op het recht op gezinsleven (art. 8 EVRM Pro). De conclusie luidt dat het cassatieberoep wordt verworpen en de ondertoezichtstelling in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ondertoezichtstelling blijft in stand.