ECLI:NL:PHR:2012:BW5613
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardebepaling bij onteigening en toepassing eliminatieregel Onteigeningswet
In deze zaak staat de waardebepaling van onteigende grond centraal, waarbij de vraag is of de verkeersbestemming die samenhangt met het werk waarvoor onteigend wordt, moet worden geëlimineerd bij de schadeloosstelling. De onteigening betreft gronden in Oud-Beijerland ten behoeve van de aanleg van een rotonde en provinciale weg N217. Deskundigen hebben een primaire waardering op agrarische waarde en een subsidiaire waardering met verwachtingswaarde opgesteld.
De rechtbank heeft de primaire waardering gevolgd en geoordeeld dat de verkeersbestemming niet mag worden weggedacht omdat deze niet een dwangbestemming is. Eisers stelden cassatieberoep in en voerden aan dat de eliminatieregel van artikel 40c Onteigeningswet van toepassing is en dat er sprake is van relevante verwachtingswaarde.
De Hoge Raad overweegt dat het bestemmingsplan als plan voor het werk moet worden aangemerkt indien het is vastgesteld om de aanleg van het werk mogelijk te maken en dat in dat geval de waardeverminderende invloed van het bestemmingsplan buiten beschouwing moet blijven. In casu is de verkeersbestemming bepaald door een concreet plan voor de reconstructie van de N217, zodat de eliminatieregel van toepassing is. De rechtbank heeft dit echter niet voldoende gemotiveerd en daarmee het recht geschonden.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat er geen sprake is van relevante verwachtingswaarde omdat het onteigende al een verkeersbestemming had die blijft bestaan, en toekomstige wijzigingen te ver weg liggen om betekenis te hebben voor een redelijk handelend koper. De subsidiaire waardering met verwachtingswaarde wordt verworpen. Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de primaire waardering op agrarische waarde blijft van toepassing zonder eliminatie van de verkeersbestemming.