ECLI:NL:PHR:2012:BW5614
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardebepaling bij onteigening en eliminatie van bestemmingsplan volgens artikel 40c Onteigeningswet
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een vonnis van de Rechtbank Dordrecht inzake de schadeloosstelling bij onteigening van gronden door de Provincie Zuid-Holland voor aanleg van een rotonde en omleiding van de weg N217. De onteigende gronden waren agrarisch bestemd en in gebruik, maar hadden een bestemmingsplan met verkeers- en natuurdoeleinden.
Deskundigen stelden twee waarderingen vast: een primaire waardering gebaseerd op de agrarische bestemming en een subsidiaire waardering met een hogere verwachtingswaarde, rekening houdend met mogelijke toekomstige ontwikkelingen. De rechtbank volgde de primaire waardering en wees het beroep op een hogere verwachtingswaarde af, mede omdat het bestemmingsplan niet als dwangbestemming werd aangemerkt.
In cassatie betoogden eisers dat de rechtbank ten onrechte de verkeersbestemming niet had geëlimineerd volgens artikel 40c van de Onteigeningswet, waardoor de waardevermindering ten onrechte werd berekend. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank de eliminatieregel correct toepaste en dat de subsidiaire waardering onvoldoende aannemelijk was. Ook werd geoordeeld dat de rechtbank voldoende gemotiveerd had waarom geen relevante verwachtingswaarde bestond. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de waardebepaling op basis van de primaire agrarische bestemming zonder eliminatie van de verkeersbestemming.