ECLI:NL:PHR:2012:BW5640
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onjuiste bewijsuitsluiting bij Salduz-verweer
In deze zaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof Arnhem vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling. Het hof had vastgesteld dat verdachte na aanhouding was gehoord zonder dat hem voorafgaand aan het verhoor de gelegenheid was geboden een advocaat te raadplegen, wat een onherstelbaar vormverzuim oplevert volgens art. 359a Sv.
Het hof oordeelde echter dat het verzuim niet tot bewijsuitsluiting leidde omdat verdachte voorafgaand aan zijn aanhouding zelf de mogelijkheid had gehad een advocaat te raadplegen. De Hoge Raad stelt dat dit oordeel miskend is, omdat het ontbreken van rechtsbijstand na aanhouding zonder uitdrukkelijke afstand of dwingende redenen in principe altijd leidt tot bewijsuitsluiting.
De Hoge Raad herhaalt de jurisprudentie dat alleen in uitzonderlijke gevallen, zoals ondubbelzinnige afstand van het recht op rechtsbijstand of dwingende redenen, het bewijs niet uitgesloten hoeft te worden. Het hof heeft deze uitzonderingen niet vastgesteld en had daarom de verklaringen moeten uitsluiten.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling op basis van het bestaande dossier, waarbij het Salduz-verweer correct moet worden toegepast.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling met correcte toepassing van het Salduz-verweer.