ECLI:NL:PHR:2012:BW5642
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens onduidelijke kennis dag van terechtzitting
Verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter op 11 mei 2007. Het hof Arnhem verklaarde verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat de dag van de terechtzitting volgens het hof tevoren bekend was bij verdachte, gelet op een mededeling van de officier van justitie tijdens een raadkamerverhoor op 28 maart 2007.
De Hoge Raad oordeelt dat deze mededeling niet zonder meer betekent dat de dag van de terechtzitting daadwerkelijk en definitief bekend was. Het proces-verbaal vermeldde slechts dat de officier van justitie de datum had genoemd, maar niet of deze definitief was vastgesteld of slechts een voornemen betrof. Ook was de dagvaarding pas op 18 april 2007 betekend.
De Hoge Raad vindt het oordeel van het hof dat de dag van de terechtzitting tevoren bekend was, zonder nadere motivering niet begrijpelijk. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad benadrukt dat er geen gronden zijn om ambtshalve te vernietigen en dat het middel slaagt vanwege het onbegrijpelijke oordeel over de ontvankelijkheid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.