ECLI:NL:PHR:2012:BW6668

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05155 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 33a lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking inzake beslag klaagschrift en verwijzing naar gerechtshof

In deze zaak heeft de rechtbank het klaagschrift van klaagster tegen de inbeslagneming van diverse goederen, waaronder een geldbedrag en een ring, ongegrond verklaard. De rechtbank motiveerde dit met het niet hoogst onwaarschijnlijk achten dat de strafrechter het geld en de goederen zal verbeurd verklaren, mede gelet op verdenkingen van witwassen en wapen- en cocaïnebezit.

Klaagster stelde cassatie in en voerde aan dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom het geld van misdrijf afkomstig zou zijn en dat haar verklaring over de herkomst van het geld valide was. Tevens werd aangevoerd dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom ook de overige inbeslaggenomen goederen verbeurd zouden kunnen worden verklaard.

De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel over het geldbedrag niet onbegrijpelijk was gezien het summiere onderzoek in raadkamer en de verdenkingen. Echter, het oordeel over de overige goederen was onvoldoende gemotiveerd, omdat niet duidelijk was op welke grond deze verbeurd zouden kunnen worden verklaard.

Daarom vernietigde de Hoge Raad de bestreden beschikking en verwees de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing over het klaagschrift.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

Nr. 10/05155 B
Mr. Vellinga
Zitting: 13 maart 2012
Conclusie inzake:
[Klaagster]
1. Bij beschikking van 20 juli 2010 heeft de rechtbank te Amsterdam het klaagschrift van klaagster tegen de inbeslagneming van diverse goederen waaronder een geldbedrag en een ring ongegrond verklaard.
2. Namens klaagster heeft mr. K. Canatan, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel houdt in dat de Rechtbank haar oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd.
4. De Rechtbank heeft de ongegrondverklaring van het klaagschrift als volgt gemotiveerd:
"Uit de stukken en de behandeling in raadkamer blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen goederen zal verbeurd verklaren. De officier van justitie heeft in raadkamer verklaard dat klaagster wordt verdacht van witwassen en wapen- en cocaïne bezit en hier ook voor wordt vervolgd. Gelet op de aangetroffen verdovende middelen, bestaat het vermoeden dat het geldbedrag middellijk of onmiddellijk van misdrijf afkomstig is. Dit vermoeden wordt daarnaast gestaafd door de verklaring van klaagster dat zij werd onderhouden door haar verloofde. Klaagster heeft hiermee geen valide verklaringen gegeven voor de herkomst van het geld. Bij deze stand van zaken is de rechtbank van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich tegen opheffing van het beslag verzet. Het beslag dient dan ook ongegrond te worden verklaard."
5. In de toelichting op het middel wordt in de eerste plaats geklaagd dat de Rechtbank haar oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het onder klaagster inbeslaggenomen geld verbeurd zal verklaren, onvoldoende heeft gemotiveerd. Daartoe wordt erop gewezen dat het aantreffen van verdovende middelen in een woning, zoals in casu, niet zonder meer de conclusie wettigt dat het in die woning aangetroffen geld van misdrijf afkomstig is. Voorts, aldus de toelichting op et middel, vormt de verklaring van klaagster dat zij werd onderhouden door haar verloofde juist wel een valide verklaring voor de herkomst van het geld.
6. Dusdoende wordt er echter aan voorbijgegaan dat klaagster, zoals de Rechtbank aan haar oordeel ten grondslag legt, wordt verdacht van witwassen en wapen- en cocaïnebezit en hier ook voor wordt vervolgd. Gelet op die verdenking heet de Rechtbank immers kunnen oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat het onder klaagster aangetroffen geld, ook al zou klaagster door haar verloofde worden onderhouden, middellijk of onmiddellijk van misdrijf afkomstig is en als zodanig vatbaar is voor verbeurdverklaring (art. 33a lid 1, onder a en b Sr).
7. Voorts wordt in de toelichting op het middel geklaagd dat de Rechtbank er in haar motivering van de ongegrondverklaring van het klaagschrift geheel aan is voorbijgegaan dat het klaagschrift is gericht tegen de inbeslagneming van alle op een aan het klaagschrift gehechte lijst vermelde, onder klaagster inbeslaggenomen voorwerpen en niet alleen tegen de inbeslagneming van het bij klaagster aangetroffen geld.
8. De Rechtbank volstaat ten aanzien van andere onder klaagster inbeslaggenomen voorwerpen dan het geld met de overweging dat het, gelet op de tegen klaagster gerezen verdenking, niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen goederen zal verbeurdverklaren. In aanmerking genomen dat zich onder de inbeslaggenomen voorwerpen zaken bevinden waarvan niet zonder meer duidelijk is op welke grond deze zouden kunnen worden verbeurdverklaard, zoals foto's, een autosleutel van Volvo, een plastic lader, een elftal telefoons van het merk Nokia en Samsung, een laptop en een horloge, heeft de Rechtbank haar oordeel te dier zake onvoldoende gemotiveerd.
9. Het middel slaagt.
10. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG