ECLI:NL:PHR:2012:BW6728
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg begunstiging kapitaalverzekering met overlijdensrisicodekking volgens art. 7:967 BW
In deze zaak staat de uitleg van de begunstiging in een kapitaalverzekering met overlijdensrisicodekking centraal. De verzekeringnemer had de begunstiging gewijzigd ten behoeve van zijn kinderen uit een latere relatie, maar de polis vermeldde standaardbegunstigden, waaronder ook kinderen uit een eerder huwelijk. Na het overlijden van de verzekeringnemer ontstond onenigheid over wie recht had op de verzekeringsuitkering.
De rechtbank oordeelde dat de polis een kennelijke misslag bevatte en dat de bedoeling van de verzekeringnemer was dat alleen de kinderen uit de latere relatie begunstigd waren. Het hof vernietigde dit oordeel en stelde dat alle vier kinderen als begunstigden moesten worden aangemerkt, omdat de polis en het aanvraagformulier de standaardregeling volgden en de verzekeringnemer dit niet had aangepast.
De Hoge Raad stelt vast dat bij de uitleg van de begunstigingsregeling in de polis de Haviltex-norm geldt, waarbij de bedoeling van de verzekeringnemer doorslaggevend is. Deze bedoeling kan ook blijken uit feiten en omstandigheden die niet kenbaar waren voor de verzekeraar. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof vanwege een onjuiste rechtsopvatting omtrent de uitleg van de begunstiging en het bewijsaanbod.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd vanwege een onjuiste rechtsopvatting over de uitleg van de begunstigingsregeling en het bewijsaanbod.