ECLI:NL:PHR:2012:BW6803
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij winkeldiefstal
Aanvrager werd bij verstek veroordeeld voor winkeldiefstal op 20 augustus 2009, zonder dat hij een rechtsmiddel instelde. Hij stelt dat hij de diefstal niet heeft gepleegd omdat hij op die datum en tijd aan het werk was bij een bedrijf in Tilburg. Ter onderbouwing zijn diverse stukken overgelegd, waaronder een e-mail van een operationeel manager die bevestigt dat aanvrager aanwezig was, een klokkaart met werktijden, en verklaringen over taalvaardigheid en handtekeningen die niet overeenkomen met het proces-verbaal.
De politie hield op 20 augustus 2009 een man aan die de persoonsgegevens van aanvrager had opgegeven, maar deze man had geen identiteitsbewijs bij zich. Getuigenverklaringen en camerabeelden ondersteunen het feit van de diefstal, maar de identiteit van de aangehouden persoon is twijfelachtig.
Aanvrager werd pas na de veroordeling op de hoogte gesteld van het vonnis en wist niet dat hij een rechtsmiddel kon instellen. De Hoge Raad concludeert dat er een ernstig vermoeden bestaat van persoonsverwisseling, waardoor de oorspronkelijke veroordeling onterecht is. Daarom wordt de herzieningsaanvraag gegrond verklaard en wordt de zaak terugverwezen naar het gerechtshof voor behandeling volgens de regels van art. 467 Sv Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak naar het gerechtshof.