ECLI:NL:PHR:2012:BW7159
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing van de 30%-regeling voor Nederlandse tandarts wegens ongelijkheidsbeginsel
Belanghebbende, een Nederlandse tandarts, verzocht om toepassing van de 30%-regeling voor extraterritoriale kosten, maar dit verzoek werd door de Belastingdienst afgewezen. Zowel de Rechtbank als het Gerechtshof verklaarden het beroep van belanghebbende ongegrond, omdat hij niet kwalificeert als een ingekomen werknemer vanuit het buitenland met specifieke deskundigheid die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt.
Belanghebbende stelde dat de ongelijke toepassing van de regeling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, omdat tandartsen die uit het buitenland worden geworven wel voor de regeling in aanmerking komen, ook al is er geen schaarste. Het Hof oordeelde dat er geen sprake is van rechtens en feitelijk gelijke gevallen en dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft om verschillende fiscale behandelingen toe te kennen.
In cassatie klaagde belanghebbende dat de Belastingdienst begunstigend beleid voert door de schaarste-eis niet strikt toe te passen bij uit het buitenland geworven tandartsen. De Hoge Raad oordeelde dat zelfs als de Belastingdienst onjuist zou handelen, dit belanghebbende niet helpt omdat hij niet in dezelfde positie verkeert als ingekomen werknemers. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de 30%-regeling wordt niet toegepast op de Nederlandse tandarts.