ECLI:NL:PHR:2012:BW7365

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05471 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:234 BWArt. 116 SvArt. 117 SvArt. 134 SvArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klaagschrift wegens afstand bromfiets door minderjarige

In deze zaak gaat het om een klaagschrift tegen de inbeslagneming van een bromfiets waarvan het motornummer vervalst bleek te zijn. De rechtbank verklaarde klager niet-ontvankelijk omdat hij afstand had gedaan van de bromfiets. Klager voerde aan dat hij minderjarig was en daarom handelingsonbekwaam om afstand te doen, en dat alleen zijn moeder hiertoe bevoegd was. De Hoge Raad oordeelt dat uit het dossier noch het klaagschrift blijkt dat dit beroep op handelingsonbekwaamheid is gedaan.

De Hoge Raad bevestigt dat volgens artikel 1:234 BW Pro een minderjarige bekwaam is rechtshandelingen te verrichten die in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk zijn voor zijn leeftijd, waarbij toestemming van de wettelijke vertegenwoordiger wordt verondersteld. Het beschikken over een tweedehands bromfiets door een bijna zeventienjarige valt hieronder. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat klager afstand heeft gedaan van de bromfiets.

Verder is vastgesteld dat de bromfiets geen geldig motornummer had en daarom onttrokken moet blijven aan het verkeer. De rechtbank heeft de beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring zelfstandig kunnen dragen op het oordeel dat afstand was gedaan. Het beroep van klager wordt verworpen.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat klager afstand heeft gedaan van de bromfiets.

Conclusie

Nr. 10/05471 B
Mr. Vellinga
Zitting: 27 maart 2012
Conclusie inzake:
[Klager]
1. Bij beschikking van 20 juli 2010 heeft de Rechtbank te Utrecht klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift tegen de inbeslagneming van een bromfiets, type Zip RST 45 KM.
2. Namens klager heeft mr. J.A.P.F. Hoens, advocaat te Utrecht, twee middelen van cassatie voorgesteld.
3. Voorafgaand aan het bespreken van de middelen wijs ik er volledigheidshalve op dat volgens de stukken die aan de Hoge Raad zijn gezonden de bromfiets, nadat klager er - zoals hierna aan de orde komt - afstand van heeft gedaan, reeds ten tijde van de behandeling in raadkamer is vernietigd.(1) Over de vraag of dit betekent dat het beslag op de voet van art. 134, tweede lid, Sv is geëindigd - wegens een door het OM verleende machtiging tot vernietiging (art. 117 Sv Pro)(2) of wegens een last van een (hulp)officier van justitie te handelen als ware de bromfiets onttrokken aan het verkeer (art. 116, tweede lid, onder c, Sv) - biedt het dossier geen uitsluitsel. Omdat - zoals hierna aan de orde komt - het oordeel van de Rechtbank dat klager afstand heeft gedaan van de bromfiets de beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring zelfstandig kan dragen laat ik dit punt hier rusten.
4. De bestreden beschikking houdt, voor zover voor de beoordelingen van de middelen, in:
"De rechtbank gaat bij de beoordeling van het onderhavige beklag uit van de navolgende feiten en omstandigheden:
onder verzoeker is op 24 augustus 2009 in beslag genomen: een bromfiets, type Zip RST 45 KM;
uit de rapportage van verbalisant [verbalisant 1] blijkt dat het motornummer van de bromfiets vervalst is;
in de 'eigen waarneming', nr.: 09-258998, van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] staat vermeld: "verdachte verklaarde te overwegen afstand te doen van zijn bromfiets indien dan de mogelijkheid bestond dat het dossier zou worden geseponeerd.";
op 21 oktober 2009 is de zaak geseponeerd en bij de sepotmotivatie staat vermeld: "Tevens heeft de verdachte de afstandsverklaring ondertekend.";
in het dossier bevindt zich een niet ondertekende afstandsverklaring.
Overwegingen
Maatstaf bij de beoordeling van het onderhavige klaagschrift is ofhet belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van hetgeen bij klager in beslag is genomen.
De rechtbank is van oordeel dat teruggave aan klager niet aan de orde is aangezien voldoende uit de stukken is gebleken dat klager reeds afstand heeft gedaan van de betreffende bromfiets.
Bovendien is duidelijk geworden dat de bromfiets geen geldig motornummer bezit. Derhalve betreft het een illegaal voertuig en dient het onttrokken te blijven aan het verkeer. Legalisatie is niet langer mogelijk.
Klager dient niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn klaagschrift.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beklag niet-ontvankelijk;"
5. Het eerste middel klaagt dat het oordeel van de Rechtbank dat klager afstand heeft gedaan van de bromfiets onbegrijpelijk is.
6. Volgens de toelichting op het middel is de Rechtbank voorbij gegaan aan het beroep dat ter zitting is gedaan op klagers minderjarigheid ten tijde van de inbeslagneming en de hieruit voortvloeiende handelingsonbekwaamheid inzake het tekenen van een afstandsverklaring. Alleen de moeder van klager had afstand kunnen doen. Voorts wordt erop gewezen dat de Rechtbank heeft vastgesteld dat zich in het dossier geen ondertekende afstandsverklaring bevindt.
7. Dat ter zitting is aangevoerd dat klager niet handelingsbekwaam was om afstand te doen van de bromfiets, blijkt niet uit het proces-verbaal van de zitting van 22 juni 2010. Evenmin bevat het klaagschrift een dergelijke stelling. Maar zelfs als dit wel was aangevoerd, dan had de Rechtbank aan dit punt voorbij kunnen gaan. Volgens art 1:234 BW Pro is een minderjarige bekwaam rechtshandelingen te verrichten ten aanzien waarvan in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat minderjarigen van zijn leeftijd deze zelfstandig verrichten.(3) In zulke gevallen wordt de toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger verondersteld te zijn verleend. Het beschikken over een tweedehands bromfiets(4) door een bijna zeventienjarige, immers bijna volledig handelingsbekwame(5), kan zonder meer als een dergelijke rechtshandeling worden aangemerkt.
8. Daarnaast staat, anders dan in de toelichting op het middel wordt gesteld, de enkele omstandigheid dat zich in het dossier geen getekende afstandsverklaring bevindt niet in de weg aan het gemotiveerde oordeel van de Rechtbank dat door klager afstand is gedaan van de bromfiets.
9. Het middel faalt.
10. Het tweede middel klaagt dat het oordeel van de Rechtbank dat de bromfiets onttrokken dient te blijven aan het verkeer, onbegrijpelijk is.
11. Het oordeel van de Rechtbank dat klager afstand heeft gedaan van de bromfiets kan de beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring zelfstandig dragen.(6) De overweging van de Rechtbank over het onttrokken aan het verkeer blijven van de bromfiets is kennelijk een overweging ten overvloede. Het tweede middel behoeft daarom geen bespreking.
12. De middelen kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering.
13. Ik heb mij nog afgevraagd of de afstand niet aan ontvankelijkheid van het beroep in cassatie in de weg staat. Gezien o.m. HR 1 juli 2003, LJN AF8776 en HR 23 december 2003, LJN AN8258 is dat niet het geval.
14. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop de bestreden beschikking zou dienen te worden vernietigd. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Politiedossier, mutatie 4 februari 2010 en Advies verzoek betreffende beslag van de officier van justitie aan de Rechtbank van 22 februari 2010.
2 Vgl. HR 27 november 2011, LJN AD5210
3 Volgens de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 1992-1993, 23 012, nr. 3, p. 13) gaat het om handelingen en transacties ten aanzien waarvan men ervaringsgewijs weet dan wel in het handelsverkeer de ongeschreven regel bestaat dat toestemming van de ouders/voogd niet wordt gevraagd.
4 Verdachte kocht de bromfiets tweedehands voor € 375,--. Zie politiedossier, proces-verbaal van verhoor van klager.
5 Klager is geboren op [geboortedatum] 1992 en zou op 20 oktober 2009 afstand van de bromfiets hebben gedaan. Zie over het belang van de leeftijd Kamerstukken II 1992-1993, 23 012, nr. 3, p. 12, 13.
6 Vgl. HR 1 juli 2003, LJN AF8776 en HR 23 december 2003, LJN AN8258.