ECLI:NL:PHR:2012:BW8296
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inburgering en onderscheidend vermogen van merken binnen de Europese Unie en Benelux
Kwik Lok, houder van het Gemeenschapswoordmerk en Beneluxwoordmerk KWIK LOK voor zaksluitingen, stelde dat haar merken door inburgering onderscheidend vermogen hadden verkregen, ondanks dat zij dit aanvankelijk niet hadden. Het hof had vastgesteld dat het merk in meerdere lidstaten van de Europese Unie en delen van de Benelux geen onderscheidend vermogen had en dat inburgering niet kon worden aangenomen.
De Hoge Raad bevestigt dat volgens artikel 3 lid 3 van Pro de Merkenrichtlijn en artikel 7 lid 3 van Pro de Gemeenschapsmerkenverordening inburgering alleen kan slagen indien het merk door gebruik onderscheidend vermogen heeft verkregen in het gehele grondgebied van de lidstaat of Beneluxgebied waar het aanvankelijk ontbrak. Het feit dat in sommige lidstaten geen inburgering kan worden aangetoond, rechtvaardigt de verwerping van het beroep op inburgering.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin is vastgesteld dat het onderscheidend vermogen niet kan worden gedifferentieerd naar gelang het belang om geografische benamingen vrij te houden. Ook wordt benadrukt dat het merk met aanzienlijke nadruk en frequentie aan het relevante publiek moet worden voorgehouden om inburgering te realiseren.
De Hoge Raad concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het beroep op inburgering van Kwik Lok moet worden verworpen, omdat in een niet-verwaarloosbaar deel van de Unie onvoldoende is aangetoond dat het merk onderscheidend vermogen heeft verkregen. Het beroep op inburgering slaagt niet als er wezenlijke delen zijn waar het merk onderscheidend vermogen mist.
Uitkomst: Het beroep op inburgering van het merk KWIK LOK wordt verworpen omdat het onderscheidend vermogen niet in het gehele relevante grondgebied is verkregen.