ECLI:NL:PHR:2012:BW8305
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid gijzeling wegens onbetaalde verkeersboetes
De zaak betreft twee kort gedingen van eiser tegen de Staat, waarin hij verzocht werd om een dreigende gijzeling wegens onbetaalde verkeersboetes te verbieden. Het CJIB had meerdere administratieve sancties opgelegd en gijzeling was toegestaan door de kantonrechter na het niet voldoen van de boetes binnen de gestelde termijn.
Eiser stelde betalingsonmacht en een betalingsvoorstel, maar deze werden door de rechtbanken en hoven afgewezen omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangetoond die een verbod op gijzeling rechtvaardigen. Het hof oordeelde dat het betalingsvoorstel te laat kwam en onvoldoende onderbouwd was.
In cassatie werden deze oordelen aangevochten, maar de Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen omdat eiser onvoldoende bewijs leverde van betalingsonmacht en het CJIB niet verplicht was het betalingsvoorstel te accepteren. De rechtmatigheid van de gijzeling werd bevestigd. Het aan het CJIB verschuldigde bedrag is uiteindelijk geheel voldaan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen en bevestigt de rechtmatigheid van de gijzeling wegens onbetaalde verkeersboetes.