ECLI:NL:PHR:2012:BW8310
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid en uitleg overeenkomst van geldlening tussen partijen
In deze zaak staat de geldigheid en uitleg van een overeenkomst van geldlening centraal tussen eiser en verweerster. Eiser, woonachtig in Spanje en mede-eigenaar van een camping, betwistte de geldleningsovereenkomst en stelde dat hij niet op de hoogte was van de inhoud en dat het geleende geld bedoeld was voor een derde partij.
De rechtbank had eiser in eerste aanleg toegestaan bewijs te leveren dat betalingen aan een derde waren gedaan en dat hij niet op de hoogte was van de overeenkomst. Het hof vernietigde echter de eerdere vonnissen en oordeelde dat de overeenkomst rechtsgeldig was en dat eiser onvoldoende concrete feiten had gesteld om tegenbewijs te leveren. Het hof wees het verweer van eiser af en veroordeelde hem tot betaling van het geleende bedrag met rente.
In cassatie betoogde eiser dat het hof zijn verweer te beperkt had beoordeeld en onvoldoende had gemotiveerd waarom tegenbewijs niet was toegelaten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de bewijswaardering zorgvuldig had gedaan en dat het oordeel niet onbegrijpelijk of onjuist was. De Hoge Raad bevestigde dat de overeenkomst van geldlening rechtsgeldig tot stand was gekomen en verwierp het cassatieberoep van eiser.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de geldleningsovereenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen.