ECLI:NL:PHR:2012:BW8761
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen poging tot afpersing met geweld tegen bouwondernemers
De zaak betreft een strafrechtelijke procedure tegen verdachte, die als directeur en eigenaar van een aannemersbedrijf betrokken was bij afpersingen gericht op het innen van vorderingen op twee bouwondernemingen. Het Hof heeft bewezen verklaard dat verdachte samen met anderen, onder meer via tussenkomst van derden, bedreigingen met geweld heeft gebruikt om betaling af te dwingen.
De bedreigingen betroffen onder meer telefonische dreigementen, sms-berichten en een bommelding bij het bedrijf van een van de slachtoffers. Verdachte had bewust gekozen voor de inzet van personen met een reputatie voor harde incassomethoden en had hen een belang in de incasso gegeven. Hoewel verdachte aanvankelijk niet op de hoogte was van de exacte aard van de bedreigingen, heeft hij geen actie ondernomen om deze te stoppen toen hij daarvan wel op de hoogte raakte.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet als medepleger kon worden beschouwd omdat er geen vooropgezet plan was en hij niet op de hoogte was van de bedreigingen. Het Hof verwierp dit verweer en oordeelde dat verdachte bewust en nauw had samengewerkt met de mededaders, waardoor medeplegen bewezen was.
De Hoge Raad concludeerde dat het bewijs voldoende was voor medeplegen en verwierp de cassatiemiddelen. Verdachte werd veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een betalingsverplichting opgelegd aan verdachte ten behoeve van een benadeelde partij.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, wegens medeplegen van poging tot afpersing en afpersing met geweld.