ECLI:NL:PHR:2012:BW9199
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding bij Mobiel Toezicht Vreemdelingen leidt niet tot vormverzuim in strafrechtelijk voorbereidend onderzoek
In deze zaak stond de rechtmatigheid van een staandehouding in het kader van het Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV) centraal. Verdachte werd op 3 december 2009 nabij de Belgisch-Nederlandse grens staande gehouden en aangehouden wegens overtreding van artikel 197 Sr Pro. Het hof had geoordeeld dat de staandehouding onrechtmatig was omdat de wettelijke regeling van MTV-controles niet voldeed aan de waarborgen die het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) stelt, en kwalificeerde dit als een vormverzuim in het voorbereidend strafrechtelijk onderzoek met bewijsuitsluiting tot gevolg.
De Hoge Raad analyseerde uitgebreid de Europese regelgeving, waaronder de Schengengrenscode en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en de jurisprudentie van het HvJ EU en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Daarbij werd vastgesteld dat hoewel de staandehouding bestuursrechtelijk onrechtmatig was, dit niet automatisch betekent dat sprake is van een vormverzuim in het strafrechtelijk voorbereidend onderzoek zoals bedoeld in artikel 359a Sv.
De Hoge Raad benadrukte dat artikel 359a Sv beperkt is tot onherstelbare vormverzuimen die zijn begaan binnen het strafrechtelijk voorbereidend onderzoek en dat de bestuursrechtelijke bevoegdheid tot staandehouding niet zonder meer onder dit voorbereidend onderzoek valt. Ook het feit dat dezelfde ambtenaren betrokken waren bij de bestuursrechtelijke en strafvorderlijke handelingen is onvoldoende om het bestuursrechtelijke verzuim strafvorderlijk te sanctioneren. Het hof had hiermee de jurisprudentie van de Hoge Raad miskend.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij het hof de toepassing van artikel 359a Sv op de onrechtmatige MTV-staandehouding opnieuw moet bezien, met inachtneming van de juiste rechtsregels en jurisprudentie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.