ECLI:NL:PHR:2012:BW9223
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt partneralimentatie met verdiencapaciteit vrouw als maatstaf
Partijen zijn gehuwd geweest en de man heeft verzocht om echtscheiding met nevenvoorzieningen. De vrouw vroeg partneralimentatie, welke door de rechtbank werd afgewezen omdat zij in staat werd geacht zelf in haar levensonderhoud te voorzien.
In hoger beroep vernietigde het hof deze beslissing en kende de vrouw een partneralimentatie toe van € 1.474,- per maand, gebaseerd op haar behoefte en een verdiencapaciteit van € 2.121,- bruto per maand. Het hof stelde dat de vrouw haar arbeidsuren nog kon uitbreiden en dat zij niet verplicht was kamers te verhuren.
De man stelde in cassatie dat de vrouw reeds eerder haar arbeidsuren had verminderd en dat zij direct haar verdiencapaciteit had moeten benutten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel zorgvuldig had gemotiveerd, dat de vermindering van arbeidsuren met instemming van de man was en dat het hof terecht rekening hield met een toekomstige uitbreiding van arbeid.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de vaststelling van behoefte en verdiencapaciteit aan de feitenrechter is voorbehouden. De motiveringen van het hof waren voldoende en niet onbegrijpelijk.
De conclusie is dat de vrouw recht heeft op partneralimentatie conform het hofarrest en dat het beroep van de man wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de partneralimentatie van € 1.474,- per maand aan de vrouw blijft in stand.