ECLI:NL:PHR:2012:BW9247
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Prioriteit en draagkracht bij kinderalimentatie tijdens wettelijke schuldsaneringsregeling
De zaak betreft de alimentatieplicht van een man jegens zijn minderjarige kinderen terwijl op hem de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) van toepassing is. De vrouw vorderde een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding, welke door de rechtbank werd afgewezen vanwege de schuldsanering van de man. Het hof vernietigde dit en legde een maandelijkse bijdrage op, uitgaande van richtlijnen die kinderalimentatie prioriteit geven boven andere schulden.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft gehandeld door zich te baseren op richtlijnen die het vrij te laten bedrag (vtlb) systematisch verhogen zonder individuele omstandigheden mee te wegen. Volgens de Hoge Raad is de discretionaire bevoegdheid van de rechter-commissaris bepalend en moet rekening worden gehouden met het vtlb dat daadwerkelijk is vastgesteld.
Verder verwijst de Hoge Raad naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat een schuldenaar onder WSNP in principe niet over draagkracht beschikt voor alimentatie, tenzij het vtlb door de rechter-commissaris is verhoogd. De Hoge Raad vernietigt daarom het hofbesluit en benadrukt dat de alimentatieplicht alleen kan worden vastgesteld na duidelijkheid over het vtlb, waarbij bijzondere omstandigheden in acht worden genomen.
De uitspraak onderstreept de noodzaak van een zorgvuldige afweging tussen de prioriteit van kinderalimentatie en de beperkingen die voortvloeien uit de schuldsaneringsregeling, waarbij de rechter-commissaris een sleutelrol speelt in de beoordeling van de draagkracht.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd omdat het de discretionaire bevoegdheid van de rechter-commissaris bij vaststelling van het vrij te laten bedrag niet in acht heeft genomen.