ECLI:NL:PHR:2012:BW9304
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken schriftuur
Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren en drie maanden wegens medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Tegen dit vonnis heeft verdachte beroep in cassatie ingesteld.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dat de aanzegging van het cassatieberoep op correcte wijze is betekend aan de raadsman van verdachte. Echter is binnen de in artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn van twee maanden geen schriftuur ingediend door verdachte.
Daarom kan het cassatieberoep niet in behandeling worden genomen en wordt het niet-ontvankelijk verklaard. Deze conclusie geldt ook voor een samenhangende zaak met een medeverdachte.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van schriftuur binnen de wettelijke termijn.