ECLI:NL:PHR:2012:BW9337
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving sollicitatieplicht en nieuwe schulden
Verzoeker werd bij vonnis van de Rechtbank Rotterdam in december 2009 onder de schuldsaneringsregeling geplaatst. Deze regeling werd op voordracht van de rechter-commissaris beëindigd in januari 2012, omdat verzoeker zijn sollicitatieverplichting niet naar behoren had nagekomen, nieuwe bovenmatige schulden had laten ontstaan en handelde in softdrugs, wat niet getuigt van een saneringsgezinde houding.
Verzoeker ging in hoger beroep tegen dit vonnis, maar het hof 's-Gravenhage bekrachtigde in april 2012 het vonnis van de rechtbank. Het hof oordeelde dat verzoeker gedurende een groot deel van de regeling niet aantoonbaar had gesolliciteerd, terwijl niet aannemelijk was dat hij ongeschikt was om te werken. Tevens verklaarde verzoeker ter zitting dat er naast de schuld aan de ziektekostenverzekeraar nog een schuld van €1.400,- was die niet aan de bewindvoerder was gemeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de sollicitatieplicht een inspanningsplicht is die ook geldt wanneer de kans op betaald werk klein is. De rapporten toonden niet aan dat verzoeker arbeidsongeschikt was. De inschrijving bij de Onbenutte Kwaliteitenbank voldeed niet aan de sollicitatieplicht. De nieuwe schuld van €1.400,- was voldoende grond voor beëindiging. Het middel van verzoeker faalde en het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-naleving van de sollicitatieplicht en het ontstaan van nieuwe schulden.