ECLI:NL:PHR:2012:BX0146
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overgangsrecht en toepassing van artikel 80a Wet op de rechterlijke organisatie in cassatieprocedures
Deze conclusie behandelt de toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (Wet RO), dat per 1 juli 2012 in werking trad en de Hoge Raad de bevoegdheid geeft om cassatieberoepen niet-ontvankelijk te verklaren wanneer klachten geen behandeling rechtvaardigen wegens onvoldoende belang of kansloosheid.
De conclusie onderzoekt uitvoerig de wetsgeschiedenis, de ratio legis en de praktische implicaties van artikel 80a Wet RO, met bijzondere aandacht voor het overgangsrecht en de vraag in hoeverre dit nieuwe artikel toepassing kan vinden in lopende cassatieprocedures. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen onmiddellijke, exclusieve en eerbiedigende werking van procesrechtelijke wetswijzigingen.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) wordt besproken, waarbij wordt vastgesteld dat het EVRM geen bezwaar maakt tegen onmiddellijke toepassing van nieuw procesrecht in lopende zaken, mits de procedure eerlijk blijft en het recht op toegang tot de rechter niet wordt geschonden.
Verder wordt een inventarisatie gemaakt van eerdere wetswijzigingen in het strafprocesrecht en de wijze waarop overgangsrechtelijk is omgegaan met lopende zaken, waarbij steeds een redelijke balans wordt gezocht tussen rechtszekerheid, fairness en praktische uitvoerbaarheid.
Tot slot worden verschillende interpretaties van artikel 80a Wet RO geanalyseerd, waarbij enerzijds sprake kan zijn van een nieuwe grond voor niet-ontvankelijkheid gebaseerd op onvoldoende belang en kansloosheid, en anderzijds van een versnelde procedurele afdoening zonder inhoudelijke beperking van de toetsing. De conclusie benadrukt dat de onduidelijkheid over de precieze invulling van artikel 80a Wet RO aanleiding geeft tot terughoudendheid bij onmiddellijke toepassing in lopende zaken en dat nadere duidelijkheid noodzakelijk is voor een rechtvaardige en voorspelbare toepassing.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt toepassing van artikel 80a Wet RO in lopende zaken onder voorwaarde van duidelijke criteria en overgangsregels.