ECLI:NL:PHR:2012:BX0333
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Behoeftebepaling en verdeling onderhoudslasten bij kinderalimentatie tussen biologische vader en stiefvader
In deze zaak stond de vaststelling van de door de biologische vader te betalen kinderalimentatie centraal, waarbij tevens de verdeling van onderhoudslasten tussen hem en de stiefvader aan de orde was. De biologische vader werd als onderhoudsplichtige erkend na ontkenning van het vaderschap van een ander. Het hof had de onderhoudsbijdrage gespreid over drie periodes vastgesteld en daarbij alleen rekening gehouden met het inkomen van de moeder en haar huidige echtgenoot, zonder de middelen van de biologische vader mee te wegen.
De Hoge Raad overwoog dat het niet verplicht is om bij de behoeftebepaling zowel de middelen van de huishouding waarin het kind opgroeit als die van de alimentatieplichtige mee te nemen, maar dat het wel gebruikelijk en billijk is om rekening te houden met de middelen van de alimentatieplichtige. Afwijking hiervan vereist een goede motivering. Het hof had dit adequaat gemotiveerd omdat niet was gesteld dat hogere kosten voor het kind gemaakt moesten worden dan passend bij de welstand van het gezin waarin het kind opgroeit.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de verdeling van onderhoudslasten over meerdere onderhoudsplichtigen naar rato van draagkracht en verhouding tot het kind moet plaatsvinden, maar dat de rechter ook andere factoren kan meewegen. Het hof had een 50/50-verdeling vastgesteld op basis van omstandigheden en niet primair op draagkracht, wat door de Hoge Raad werd aanvaard. De klachten werden verworpen en het cassatieberoep afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.