ECLI:NL:PHR:2012:BX0358
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen nakoming huurovereenkomst door opschortende voorwaarde en precontractuele gebondenheid
Eiser gebruikte sinds 1999 een gedeelte van een terrein in Maastricht op basis van een onderhuurovereenkomst met stichting Berregratte. Natuurmonumenten werd in 1997 eigenaar van het terrein en zette de rechtsverhouding met Berregratte voort. Rond 2006-2007 werden onderhandelingen gevoerd tussen eiser en Natuurmonumenten over nieuwe huurovereenkomsten voor elk van hen, waarbij een concepttekst werd opgesteld maar niet definitief werd bekrachtigd.
In eerste aanleg werden vorderingen van eiser toegewezen, maar het hof vernietigde dit in hoger beroep. Het hof oordeelde dat, indien er al een overeenkomst was, deze een opschortende voorwaarde bevatte die niet was vervuld, namelijk medewerking in goed overleg van zowel eiser als Berregratte. Daarnaast kon eiser zich niet beroepen op precontractuele verplichtingen om nakoming af te dwingen.
Eiser stelde in cassatie dat het hof de uitlegregels (Haviltex-norm) onjuist had toegepast en onvoldoende motivering had gegeven. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht rekening hield met alle omstandigheden en dat de schriftelijke concepttekst een duidelijke verwijzing naar de opschortende voorwaarde bevatte. Ook was het niet onredelijk dat Natuurmonumenten niet in conflict tussen eiser en Berregratte wilde interveniëren.
De Hoge Raad concludeert dat de klachten van eiser ongegrond zijn en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.