ECLI:NL:PHR:2012:BX0731
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep inzake aanvullend verzoek verdeling huwelijksgoederengemeenschap
De zaak betreft een geschil tussen voormalige echtgenoten over de verdeling van hun huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding. De rechtbank 's-Gravenhage sprak de echtscheiding uit en bepaalde het toepasselijke recht. Vervolgens verzocht de man om vaststelling dat er een gemeenschap van goederen bestond en om vergoeding wegens onderbedeling, terwijl de vrouw een tegenvordering indiende voor vergoeding van de inboedel en auto.
Het hof 's-Gravenhage behandelde het hoger beroep en incidenteel hoger beroep en bekrachtigde de eindbeschikking van de rechtbank, waarbij onder meer de verdeling van de belastingschuld werd vastgesteld. De man diende een aanvullend verzoek in hoger beroep in, gericht op openstaande vorderingen, maar het hof passeerde dit verzoek wegens strijd met de goede procesorde.
De man stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing, maar de Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk is omdat het aanvullend verzoek in strijd was met art. 130 lid 2 Rv Pro. en de goede procesorde. De Hoge Raad bevestigde dat tegen beslissingen over wijziging of vermeerdering van de eis geen hoger beroep openstaat en dat het grievenstelsel strikt toegepast moet worden in hoger beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens strijd met de goede procesorde bij het aanvullend verzoek.