ECLI:NL:PHR:2012:BX0744
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding termijn en onterecht beslag in bodemverontreinigingszaak
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of het hoger beroep van verweerder tijdig en ontvankelijk was ingesteld tegen een deelvonnis van de kantonrechter. Verweerder had een huurovereenkomst met eiser betwist en vorderde onder meer ontbinding, ontruiming, huurbetaling en schadevergoeding wegens bodemverontreiniging. De kantonrechter wees de vorderingen 1 tot en met 3 af in een deelvonnis van 9 juli 2008, dat als eindvonnis gold voor die onderdelen.
Verweerder stelde hoger beroep in tegen dit deelvonnis, maar overschreed de wettelijke termijn van drie maanden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof verweerder ambtshalve niet-ontvankelijk had moeten verklaren voor zover het hoger beroep betrekking had op deze vorderingen. Daarnaast was het conservatoir beslag en de sequestratie op een vrachtauto onterecht omdat de grondslag, de vordering tot schadevergoeding bodemverontreiniging, was afgewezen.
De Hoge Raad vernietigde daarom de arresten van het hof en bepaalde dat verweerder niet-ontvankelijk is in het hoger beroep tegen de afwijzing van de vorderingen 1-3, dat de vordering tot vergoeding van sequestratiekosten wordt afgewezen en dat verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van alle instanties.
Uitkomst: Verweerder is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn en de vordering tot vergoeding van beslagkosten is afgewezen.