ECLI:NL:PHR:2012:BX0799
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring grafschennis ondanks alcoholintoxicatie verdachte
De zaak betreft een verdachte die op 27 augustus 2008 het graf van zijn overleden partner betrad, het deksel van de kist verwijderde en het lijk aanraakte. Het Hof stelde vast dat deze handelingen de integriteit van het graf schonden en kwalificeerde dit als grafschennis volgens artikel 149 Sr Pro.
De verdediging voerde aan dat de handelingen niet als grafschennis konden worden gekwalificeerd, maar eerder als rituelen van afscheid nemen, en dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was door hersenintoxicatie veroorzaakt door alcoholgebruik. Het Hof verwierp deze verweren en oordeelde dat de feiten voldoende bewezen waren en dat de verdachte strafbaar was, zij het verminderd toerekeningsvatbaar.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp de cassatiemiddelen. De klachten over het ontbreken van een graf, wederrechtelijkheid en schending werden ongegrond verklaard. Ook het verweer van verminderd toerekeningsvatbaarheid werd niet gehonoreerd. De Hoge Raad vond het oordeel van het Hof voldoende gemotiveerd en zag geen reden tot vernietiging van het arrest.
Uitkomst: Verdachte is schuldig bevonden aan grafschennis en verminderd toerekeningsvatbaar verklaard, beroep in cassatie is verworpen.