ECLI:NL:PHR:2012:BX1295
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verdeling draagkracht bij kinderalimentatie met nieuwe partner
In deze zaak staat de vraag centraal hoe de draagkracht van een vader moet worden verdeeld over zijn kinderen uit verschillende relaties bij de vaststelling van kinderalimentatie. De vader is onderhoudsplichtig voor een kind uit een eerdere relatie en voor twee kinderen uit zijn huidige huwelijk met een nieuwe partner. De moeder van het eerste kind betwistte de gelijke verdeling van de draagkracht over alle drie de kinderen, omdat de nieuwe partner mede onderhoudsplichtig is voor de twee jongste kinderen.
De rechtbank had de draagkracht van de vader gelijkelijk verdeeld over zijn kinderen, een uitgangspunt dat ook door het hof werd gevolgd. De moeder stelde in cassatie dat het hof ten onrechte geen rekening had gehouden met het inkomen van de nieuwe partner, waardoor de draagkracht van de vader ten opzichte van het eerste kind zou moeten stijgen.
De Hoge Raad oordeelt dat de draagkracht van een ouder in beginsel gelijkelijk over alle kinderen wordt verdeeld waarvoor hij onderhoudsplichtig is, ongeacht de draagkracht van de andere ouder. Het hof heeft niet onjuist geoordeeld door de draagkracht van de vader gelijkelijk te verdelen en geen nadere stukken over het inkomen van de nieuwe partner te verlangen. Ook is het niet onredelijk dat het hof het ontbreken van die gegevens voor risico van de moeder heeft gelaten. De klachten van de moeder worden verworpen en het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de gelijke verdeling van de draagkracht van de vader over zijn kinderen wordt bevestigd.