ECLI:NL:PHR:2012:BX3868
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over overschrijding redelijke termijn en bewijsuitsluiting in illegale tewerkstelling
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte is veroordeeld voor het feitelijk leidinggeven aan illegale tewerkstelling van vreemdelingen. De Hoge Raad constateert een overschrijding van de inzendtermijn van ruim acht en een halve maand, wat leidt tot strafvermindering.
Verdachte had tijdens een controle door de arbeidsinspectie op 24 november 2004 een verklaring afgelegd zonder dat hem vooraf de cautie was gegeven of hij een advocaat kon raadplegen. De verdediging stelde dat deze verklaring daarom uitgesloten moest worden van bewijs, verwijzend naar jurisprudentie van het EHRM (Salduz e.a.).
De Hoge Raad oordeelt echter dat verdachte op dat moment nog niet als verdachte kon worden aangemerkt, omdat het redelijk vermoeden van schuld pas na de controle en bestudering van stukken ontstond. Daarom was het niet nodig om hem vooraf de cautie te geven of hem een advocaat te laten raadplegen. Het middel tot bewijsuitsluiting faalt. Het cassatieberoep wordt deels gegrond verklaard wegens termijnoverschrijding, wat leidt tot strafvermindering, maar voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt het beroep tot bewijsuitsluiting van de verklaring van verdachte.