ECLI:NL:PHR:2012:BX4280
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring openbaar ministerie wegens schending beginselen goede procesorde bij vervolging gering feit
In deze zaak ging het om een incident in een bos waarbij een hond van verdachte een andere hond aanviel, waarna een conflict ontstond waarbij een stok werd gegooid zonder dat iemand gewond raakte. Het slachtoffer deed aangifte, maar wilde geen strafvervolging, enkel excuses. Het openbaar ministerie besloot toch tot vervolging over te gaan.
Het hof verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging omdat het oordeel was dat het OM geen redelijke en billijke belangenafweging had gemaakt, mede gezien de geringe ernst van het feit, de omstandigheden en het feit dat het slachtoffer geen strafvervolging wenste. De Hoge Raad bevestigt dat het OM een ruime discretionaire bevoegdheid heeft om te beslissen over vervolging, maar dat in uitzonderlijke gevallen de rechter kan toetsen of vervolging in strijd is met beginselen van een goede procesorde.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de juiste maatstaf heeft gehanteerd en dat het oordeel voldoende is gemotiveerd. De klacht van het OM dat het hof een onjuiste maatstaf toepaste en onvoldoende motiveerde faalt. Daarmee blijft het arrest van het hof in stand en wordt het beroep van het OM verworpen.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens schending van de beginselen van een goede procesorde.