ECLI:NL:PHR:2012:BX4994
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafoplegging voor handel in harddrugs en bedrijfsmatige aanpak verdachte
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Gravenhage van 10 november 2008, waarin hij werd veroordeeld voor handel in heroïne en cocaïne. De zaak betrof een terugwijzing door de Hoge Raad vanwege de strafoplegging, waarna het hof op 23 december 2010 een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden en een geldboete van € 25.000 oplegde.
De strafoplegging is gemotiveerd op basis van de aanwezigheid van grote hoeveelheden harddrugs en versnijdingsmiddelen, alsmede instrumenten die duiden op bedrijfsmatige handel. Het hof kwalificeerde verdachte als een zeer frequent opererende verkoper die op ruime schaal harddrugs versnijdt om omzet en winst te vergroten. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf passend is, evenals een geldboete, waarbij rekening is gehouden met de draagkracht van verdachte.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af, waarbij onder meer wordt opgemerkt dat de nadere bewijsoverweging die het hof als bijlage heeft toegevoegd buiten beschouwing kan blijven zonder afbreuk te doen aan de strafmotivering. Tevens is geoordeeld dat het hof niet opnieuw hoeft te oordelen over de bewijsvraag of de kwalificatie van samenloop, maar zich moet baseren op het bewezenverklaarde en eerdere kwalificaties. De Hoge Raad zal ambtshalve beslissen over de teruggave van in beslag genomen voorwerpen zoals een agenda en telefoon.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt een gevangenisstraf van drie jaar en zes maanden en een geldboete van € 25.000 wegens handel in harddrugs met bedrijfsmatige kenmerken.