ECLI:NL:PHR:2012:BX5024
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen overschrijding redelijke termijn in diefstalzaak
In deze strafzaak werd verdachte door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens diefstal. Verdachte werd aanvankelijk bij verstek veroordeeld omdat hij niet was verschenen bij de politierechter. De advocaat van verdachte stelde in cassatie dat de redelijke termijn was overschreden, mede omdat verdachte niet tijdig op de hoogte was gesteld van het verstekvonnis, dat per post naar Engeland had moeten worden gestuurd.
Het hof oordeelde echter dat de redelijke termijn niet was overschreden. Het stelde dat de termijn aanving bij de aanhouding van verdachte en dat het hoger beroep tijdig was ingesteld en behandeld. De periode tussen het verstekvonnis en het hoger beroep werd door het hof niet meegerekend, omdat verdachte niet was verschenen en ook niet bereikbaar was op het bekende adres in Engeland.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad acht het begrijpelijk dat het tijdsverloop tussen het verstekvonnis en het hoger beroep voor rekening van verdachte komt, mede gelet op de inspanningen van het Openbaar Ministerie om verdachte te bereiken in Engeland. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging van het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de redelijke termijn niet is overschreden en verwerpt het cassatieberoep.