ECLI:NL:PHR:2012:BX5140
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen brandstichting met gemeen gevaar voor goederen en poging tot oplichting
De zaak betreft een arrest van de Hoge Raad over een zaak waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke brandstichting waarbij gemeen gevaar voor goederen te duchten was, en medeplegen van poging tot oplichting van een verzekeringsmaatschappij. Het hof had geoordeeld dat verdachte samen met een medeverdachte de brand had gesticht in een sportcentrum en dat tevens de poging tot oplichting medeplegen was met de rechtspersoon [A] BV, waarbij verdachte als feitelijk bestuurder werd aangemerkt.
De Hoge Raad overweegt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat het feit dat de gedragingen van verdachte aan de rechtspersoon kunnen worden toegerekend, betekent dat verdachte samen met de rechtspersoon heeft medegepleegd. Indien het hof feitelijke leiding had vastgesteld, had dat op grond van de wettelijke toerekeningsleer onderzocht moeten worden. De bewezenverklaring en strafoplegging zijn verder uitvoerig gemotiveerd, waarbij het hof het gemeen gevaar voor goederen als zwaarwegend heeft beschouwd. Het levensgevaar voor brandweerlieden tijdens de brand werd niet als juridisch relevant levensgevaar aangemerkt, maar wel als strafverzwarende omstandigheid.
De Hoge Raad wijst erop dat de redelijke termijn is overschreden, wat leidt tot strafvermindering. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De straf wordt verminderd met twee maanden vanwege de lange duur van de procedure en persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Strafvermindering met twee maanden wegens overschrijding redelijke termijn, overige cassatiegronden verworpen.