ECLI:NL:PHR:2012:BX5321
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-indienen schriftuur
De verdachte is bij arrest van het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf wegens het doen van giften aan een ambtenaar met het oogmerk om hem te bewegen in strijd met zijn plicht te handelen. Tegen dit arrest heeft de verdachte tijdig beroep in cassatie ingesteld. Hoewel de aanzegging van het cassatieberoep geldig is betekend, zijn namens de verdachte geen middelen van cassatie ingediend.
Volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering dient binnen twee maanden na betekening van de aanzegging door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie te worden ingediend. Het niet tijdig indienen van deze schriftuur leidt tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeert dan ook dat de verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn cassatieberoep. Er is tevens sprake van samenhang met andere zaken, maar in deze zaak is het gebrek aan schriftuur doorslaggevend voor de beslissing.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.